Borstvoedings-ABC

Handige weetjes, tips en adviezen, die van pas kunnen komen wanneer je borstvoeding geeft, op een rijtje.


Borstonsteking

Een (dreigende) borstontsteking komt soms voor bij vrouwen die borstvoeding geven. Echter ook vrouwen die geen borstvoeding geven kunnen een borstontsteking krijgen.
Een dreigende borstontsteking is te herkennen aan een pijnlijke, harde, warme en soms al rood wordende plek in de borst. Vaak treedt er in de loop van de dag temperatuurverhoging op (boven 37.5 °C) en ontwikkelt zich een borstontsteking. Wanneer je deze symptomen hebt, neem dan altijd contact op met de verloskundige.
Indien er sprake is van een dreigende borstontsteking en je geeft borstvoeding, dan kun je na overleg met je verloskundige, het volgende proberen:
– Leg voor het voeden een warmtekompres op de pijnlijke plaats gedurende ongeveer 15 minuten.
– Leg je kindje aan op zo’n manier dat het kinnetje wijst naar de pijnlijke plek in de borst. Op die manier wordt die kant van de borst het best leeggezogen.
– Na het voeden de borst eventueel leegkolven.
– Wanneer de borst leeg is, de pijnlijke plek koelen. Doe dit echter niet te koud en totdat de aangedane plek normaal van temperatuur voelt.
– Herhaal dit alles bij elke voeding.
– Neem géén paracetamol in. Dit om te kunnen zien of de temperatuur verder oploopt.

Een borstontsteking ontwikkelt zich vaak heel snel en je kunt je dan ook snel heel erg ziek gaan voelen. Wanneer je de bovenstaande maatregelen hebt geprobeerd en de verschijnselen worden erger of de temperatuur loopt op (boven 38 °C) raadpleeg dan altijd je verloskundige. Meestal zal er contact opgenomen worden met de huisarts, zodat er een antibioticakuur kan worden voorgeschreven. Vermeld wanneer je borstvoeding geeft, zodat je een kuur krijgt die zonder bezwaar gebruikt kan worden in de voedingsperiode.
Hierbij kun je ook gerust paracetamol gebruiken om eventuele koorts te dempen.


Bijvoeden

In principe is bijvoeden niet nodig. Colostrum en moedermelk bevatten alle voedingsstoffen die je baby nodig heeft voor de groei en ontwikkeling. Een gezonde, voldragen baby heeft vet- en vochtreserves waardoor het de eerste dagen genoeg heeft aan colostrum. Totdat de melkproductie op gang komt vallen de meeste pasgeboren baby’s de eerste dagen dan ook iets af. Dit is normaal. Het gewicht van je baby zal in de gaten worden gehouden, door het de vierde dag en de achtste dag na de bevalling te wegen. Verder is het aantal plas- en poepluiers een goede indicatie voor wat een baby aan de borst drinkt. Vanaf de derde of vierde dag heeft een baby 4 tot 6 volle plasluiers en 2 tot 5 poepluiers per etmaal.

Dreigt je baby teveel af te vallen (meer dan 7-10% van het geboortegewicht) dan is het nodig de borstvoeding te evalueren. Belangrijk daarbij is na te gaan of je baby wel goed en actief aan de borst drinkt, of je baby wel vaak genoeg drinkt en of de melkproductie wel goed op gang komt. Goed aanleggen en vaker aanleggen zorgt ervoor dat de melkproductie toeneemt en je baby meer voeding binnenkrijgt waardoor het snel weer op geboortegewicht zal zijn.
Valt je baby teveel af en drinkt het (nog) niet goed aan de borst en is de melkproductie nog niet goed op gang gekomen, dan zal begonnen worden met kolven en bijvoeden met afgekolfde moedermelk. Daarnaast is begeleiding van de kraamverzorgende samen met de verloskundige bij het goed aanleggen en goed leren drinken van je baby belangrijk.
Is bijvoeding op medische indicatie nodig, dan verdient moedermelk de voorkeur. Als het afkolven niet voldoende lukt zal, in overleg met de verloskundige, gekozen worden voor kunstvoeding.


Clustervoeden

Baby’s kunnen ’s avonds behoefte hebben aan het zogenoemde ‘clustervoeden’. Dit houdt in dat ze ’s avonds vaker aan de borst willen drinken, soms wel ieder uur. Dit is een heel normaal verschijnsel en is voor je kindje een voorbereiding op een langere en diepere slaap. Het kan een aanzet geven tot een nachtje doorslapen. Het is dus geen teken van het hebben van onvoldoende voeding. Door toe te geven aan het clustervoeden zal je melkproductie goed op gang blijven. Een flesje kunstvoeding bijgeven in deze situatie kan ervoor zorgen dat de borstvoeding terug gaat lopen en dat je op den duur te weinig voeding aanmaakt.


Hongersignalen

Door goed in te gaan op de hongersignalen van je baby zal je kindje goed groeien en je melkproductie goed op gang blijven. Huilen is het laatste hongersignaal wat je kindje geeft. Het is goed om op eerdere signalen in te gaan en niet te wachten totdat je kindje huilt. Het is daarom aan te raden je kindje de eerste tijd in zijn of haar bedje bij jou op je slaapkamer te laten slapen, het zogenoemde rooming-in. Je kunt dan beter ingaan op de signalen die je kindje aan je geeft. De volgende signalen zijn tekenen van honger:
– onrustig zijn
– handjes naar de mond
– tongetje uit het mondje
– smakgeluiden
– kwijlen
– huilen (dit is een laat signaal!)


Kolven

Het komt regelmatig voor dat het nodig is om te kolven tijdens de kraamtijd. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn, bijvoorbeeld dat het aanleggen van je kindje nog niet zo goed lukt of dat de productie van de borstvoeding extra gestimuleerd moet worden. Dit wil niet zeggen dat de borstvoeding niet goed gaat, maar is bedoeld ter ondersteuning. De verloskundige zal je aangeven wanneer het nodig is te kolven. De kraamverzorgende zal je hierin de nodige ondersteuning bieden.
Het kan handig zijn uit voorzorg een kolf in huis te hebben. De aanschaf is vrij prijzig, dus lenen van familie of vrienden kan een uitkomst zijn. (Voorwaarde is wel dat deze goed huishoudelijk gereinigd is en uitgekookt.) Het is echter ook mogelijk, indien een kolfapparaat nodig is, deze te lenen bij de Thuiszorgwinkel. Het ‘kolfstuk’ dient dan aangeschaft te worden en het elektrische deel kan voor een klein bedrag per dag worden gehuurd.

Hoe te kolven?
– Bevorder de toeschietreflex. Dit kun je doen door te zorgen dat je kindje in de buurt is (of een foto of kledingstuk) en leg evt. een warmtekompres op je borst.
– Plaats de tepel in het midden van het borstschild.
– Start een elektrische kolf op een lage stand en voer deze geleidelijk aan op tot een stand die nog goed te verdragen is (kolven mag geen pijn doen!)
– Kolf 5 minuten de linkerborst en daarna 5 minuten de rechterborst.
– Daarna opnieuw de linkerborst gedurende 3 minuten kolven en vervolgens de rechterborst ook 3 minuten.
– Tot slot wederom de linkerborst kolven gedurende 1 minuut en rechts ook 1 minuut.

Wees niet teleurgesteld wanneer het kolven niet meteen veel resultaat oplevert. Je zult merken dat na vaker kolven de productie toe zal gaan nemen.

Indien de borstvoeding goed op gang is en je wilt om welke reden dan ook kolven, kun je het volgende aanhouden:
– Plaats de tepel in het midden van het borstschild.
– Bevorder, indien nodig, de toeschietreflex. Dit kun je doen door te zorgen dat je kindje in de buurt is (of een foto of kledingstuk) en leg evt. een warmtekompres op je borst.
– Zet de kolf in de laagste stand waarmee melk uit de borst verkregen wordt. (Niet de hoogste stand die je kunt verdragen).
– Kolf 15 minuten aan beide kanten. Als de borsten ‘leeg’ raken voordat de 15 minuten op zijn, kolf dan tot er niets meer uit komt en dan nog twee minuten langer.
– Denk eraan, kolven mag geen pijn doen!


Regeldagen

Gedurende de borstvoedingsperiode kun je te maken krijgen met de zogenoemde ‘regeldagen’. Op de regeldagen zal je kindje veel vaker aan de borst willen drinken en zich soms wel ieder uur melden. Je baby heeft meer behoefte aan melk dan je borsten op dat moment produceren. Toegeven aan die behoefte, door vaker aan te leggen of een keer extra te kolven stimuleert de borstvoeding en zorgt ervoor dat er meer borstvoeding wordt aangemaakt.
Het kan ook voorkomen dat de borstvoeding door stress of andere oorzaken wat terug gelopen is. Hier geldt het zelfde voor, leg je kindje vaker aan of kolf extra. Het geven van kunstvoeding met een flesje kan zorgen voor een terugloop van de borstvoeding, omdat het een onderbreking geeft in het vraag- en aanbodsysteem.


Rooming-in

Rooming-in wil zeggen dat jij en je baby dag en nacht bij elkaar op een kamer blijven. Omdat je dicht bij elkaar bent, leer je je baby en zijn behoeften snel goed kennen. Zeker in de eerste week is dit belangrijk, omdat de borstvoeding nog op gang moet komen. Zodra je baby aangeeft te willen drinken, kun je het aan de borst leggen. Je kunt je baby al aanleggen als het in lichte slaap is. Een baby in lichte slaap herken je aan bewegende armpjes en beentjes en vaak bewegen de oogjes heen en weer onder de oogleden. Soms brengen ze hun vuistje of vingertjes naar de mond, maken ze smakgeluidjes of zoeken ze door hun hoofdje heen en weer te draaien. Als je je baby dan oppakt en aanlegt, zal het meteen gaan drinken. Op deze manier geef je soms 2 tot 3 voedingen extra per 24 uur en dat komt het op gang brengen van de borstvoeding ten goede.


Stuwing

Rond de derde à vierde dag na de bevalling kunnen je borsten hard en gespannen aan gaan voelen. Dit heet stuwing. Belangrijk is een stevige goed passende BH te dragen.
Stuwing duurt gemiddeld 24 uur. Daarna verdwijnt de ergste spanning. Je kunt lichte verhoging van je temperatuur krijgen (tussen de 37,5 ºC en 38,0 ºC). Bij rode, pijnlijke harde schijven in je borsten en een temperatuur boven de 38,0 ºC dien je altijd contact op te nemen met de verloskundige.

Tips om stuwing te verlichten:
– Laat je kindje regelmatig aan de borst drinken, zo wordt de borst regelmatig geleegd en vermindert de spanning in de borsten.
– Gedurende ongeveer 5 minuten een koudekompres op de borst na het voeden (géén ijs gebruiken, dit is te koud!).
– Gekneusde witte koolbladeren in je BH kunnen verlichting geven.
– Je mag eventueel paracetamol, zonder toevoegingen, innemen.


Tepelkloven

Veel vrouwen krijgen, vooral als ze voor het eerst borstvoeding geven, last van kapotte tepels; tepelkloven. Dit kan behoorlijk pijnlijk zijn, met name direct na het aanleggen wanneer de baby aanzuigt.
Het volgende is belangrijk om tepelkloven zoveel mogelijk te voorkomen:
– Leg je kindje goed aan. De gehele tepel met een deel van de tepelhof moet met een grote hap in het mondje genomen worden.
– Varieer in de manieren van aanleggen, zodat steeds een ander deel van de tepel het meest belast wordt met de zuigkracht van je kindje.
– Laat na het voeden de tepel goed aan de buitenlucht drogen, eventueel met een druppeltje borstvoeding erop uitgesmeerd. Vochtig inpakken maakt week en vergroot de kans op kapotte tepels.

Als de kloven toch ontstaan is het belangrijk door te gaan met de bovenstaande adviezen. Ter aanvulling kun je het volgende ter verlichting proberen:
– Na het voeden kun je de tepel insmeren met Lansinoh®, Bepanthen® of Purelan® ter verzachting. Belangrijk is om maar heel dun aan te brengen, immers weke tepels gaan eerder stuk.
– Leg voor het voeden een warmtekompres tegen de tepel. Dit ontspant en stimuleert de doorbloeding.
– Een ijsklontje over de tepel kan wat verdovend werken, zodat het eerste aanzuigen minder pijnlijk is.
– Eén borst per voeding geven en de andere borst kolven. Zo heeft iedere tepel om de voeding rust. Wanneer je kindje aan één borst niet genoeg heeft, kun je de afgekolfde melk nageven.
– Het gebruik van een tepelhoedje kan soms uitkomst bieden, wanneer de kloven te groot en pijnlijk zijn.

Bedenk in ieder geval dat tepelkloven een tijdelijk probleem zijn en weer over gaan!


Tepel-Speen verwarring

In principe raden wij het gebruik van een speen of fopspeen voor je baby af. Met name wanneer een kindje nog niet goed aan de borst kan drinken. Het zuigen aan een fopspeen of speen kan het vraag-en-aanbodmechanisme bij borstvoeding verstoren. Bovendien leren sommige baby’s niet goed aan de borst drinken als ze daarnaast ook een speen of fopspeen krijgen aangeboden. Waarschijnlijk komt dit door een verschil in drinktechniek tussen borst en speen.

Soms zal het in de loop van het kraambed toch nodig zijn om de fles of het tepelhoedje als tijdelijk hulpmiddel en onder goede begeleiding te gebruiken. Dit zal altijd in overleg gebeuren met de verloskundige.

Na verloop van tijd neemt het negatieve effect van speen of fopspeen op de borstvoeding waarschijnlijk af. Belangrijk is de drinktechniek van je kindje in de gaten te houden en te zorgen dat het vraag-en-aanbod-mechanisme niet verstoord wordt door het tevreden stellen met een speentje.


Toeschietreflex

Moedermelk wordt uit grondstoffen in het bloed van de moeder geproduceerd in het klierweefsel van de borsten. Ter voorbereiding op de borstvoeding neemt borstklierweefsel onder invloed van hormonen tijdens de zwangerschap toe. Direct na de bevalling zorgen veranderingen in de hormoonhuishouding voor het begin van de moedermelkproductie. Als de tepel en tepelhof door het zuigen van het kind gestimuleerd worden, zorgt het hormoon oxytocine ervoor dat de melk door de melkgangen en melkreservoirs naar de tepel gestuwd wordt. Dit wordt de ‘toeschietreflex’ genoemd. Deze kan overigens ook worden gestimuleerd door het kind te horen huilen of zelfs door aan het kind te denken. De toeschietreflex kan worden verstoord door vermoeidheid, spanningen of pijn.


Voeden

Borstvoeding mag op verzoek gegeven worden. De hoeveelheid voedingsstoffen in de voeding wordt door de natuur vanzelf aangepast, overvoeden kan dus niet. Overdag is het belangrijk te proberen de baby in ieder geval elke 3 uur aan de borst te leggen, ’s nachts alleen wanneer deze zich zelf meldt. De eerste twee dagen is dit soms wat lastig, omdat baby’s nog wat misselijk kunnen zijn van de bevalling. Dit is niet erg. Probeer het dan wat later opnieuw. Vaker aanleggen mag altijd.

Twitter: vpgestelstrijp

Inschrijven praktijk

Vul onderstaand formulier

in en wij nemen contact op met u!

Kinderwens:

Zwangerschap: