A t/m K


Aambeien

Misschien had je al aambeien tijdens de zwangerschap, maar ze kunnen ook ontstaan na de bevalling door het persen. De dag na de bevalling zijn ze vaak het meest gezwollen. Gelukkig slinken ze vaak in de dagen erna. Mocht dit niet het geval zijn of heb je er heel veel last van, bespreek dit dan met je verloskundige. Eventueel kun je een kuur Curanol® gaan gebruiken. Deze kuur bestaat uit een créme en zuigtabletten op natuurlijke basis en kan zonder bezwaar worden gebruikt tijdens de borstvoeding. De kosten hiervan worden niet vergoed door de ziektekostenverzekeraar.

Je kunt Curanol® zelf zonder recept via internet bestellen: www.curanol.nl


Bloedverlies

Na de bevalling blijf je bloed verliezen. Dit komt doordat er in de baarmoeder een wond zit op de plaats waar eerst de moederkoek (placenta) heeft vastgezeten. De eerste 24 uur is het bloedverlies het hevigst. Met bewegen of staan kun je een golfje bloed voelen lopen. Dit is normaal. Verder kan het zijn dat je een stolsel verliest. Een stolsel is een helderrode gelatineachtige klont bloed. De grootte kan variëren van een ‘knikker’ tot een ‘mandarijntje’, afhankelijk van de hoeveelheid bloedverlies. Je hoeft hier niet van te schrikken.
Tijdens het geven van borstvoeding zal het vloeien ook wat toenemen, omdat de baarmoeder dan onder invloed van de vrijkomende hormonen gaat samentrekken.

Het bloedverlies is teveel, wanneer er bloed of stolsels blijven komen en de maandverbanden na het indoen geheel vollopen en vervangen moeten worden. Indien dit het geval is dien je direct contact op te nemen met de verloskundige.
Het genezingsproces in de baarmoeder neemt een aantal weken in beslag. Het vloeien kan dan ook aanhouden tot ongeveer 6 weken na de bevalling. Tussentijds kan het bloedverlies af en toe weg zijn en weer terugkomen. Ook kleurverandering van rood naar bruin en omgekeerd is normaal. Verder is er vaak toename van het vloeien, naarmate je actiever bent.


Borstonsteking

Een (dreigende) borstontsteking komt soms voor bij vrouwen die borstvoeding geven. Echter ook vrouwen die geen borstvoeding geven kunnen een borstontsteking krijgen.
Een dreigende borstontsteking is te herkennen aan een pijnlijke, harde, warme en soms al rood wordende plek in de borst.
Vaak treedt er in de loop van de dag temperatuurverhoging op (boven 37.5 °C) en ontwikkelt zich een borstontsteking. Wanneer je deze symptomen hebt neem dan altijd contact op met de verloskundige.

Indien er sprake is van een dreigende borstontsteking en je geeft borstvoeding, dan kun je na overleg met je verloskundige, het volgende proberen:
– Leg voor het voeden een warmtekompres op de pijnlijke plaats gedurende ongeveer 15 minuten.
– Leg je kindje aan op zo’n manier dat het kinnetje wijst naar de pijnlijke plek in de borst. Op die manier wordt die kant van de borst het best leeggezogen.
– Na het voeden de borst eventueel leegkolven.
– Wanneer de borst leeg is, de pijnlijke plek koelen. Doe dit echter niet te koud en totdat de aangedane plek normaal van temperatuur voelt.
– Herhaal dit alles bij elke voeding.
– Neem géén paracetamol in. Dit om te kunnen zien of de temperatuur verder oploopt.

Een borstontsteking ontwikkelt zich vaak heel snel en je kunt je dan ook snel heel erg ziek gaan voelen. Wanneer je de bovenstaande maatregelen hebt geprobeerd en de verschijnselen worden erger of de temperatuur loopt op (boven 38 °C) raadpleeg dan altijd je verloskundige. Meestal zal er contact opgenomen worden met de huisarts, zodat er een antibioticakuur kan worden voorgeschreven. Vermeld wanneer je borstvoeding geeft, zodat je een kuur krijgt die zonder bezwaar gebruikt kan worden in de voedingsperiode.
Hierbij kun je ook gerust paracetamol gebruiken om eventuele koorts te dempen.


Buikpijn

Het kan gebeuren dat je de na de eerste week wel eens last hebt van buikpijn. Meestal is dit bandenpijn. Je voelt je beter en gaat steeds meer doen. De spieren en banden zijn nog niet zo sterk, waardoor de baarmoeder bij iedere beweging door de buik wiebelt. De banden worden hierdoor extra belast en dit kan pijn geven. Dit kan geen kwaad, maar is wel een teken om iets rustiger aan te doen.


Darmkrampjes

Alle (pasgeboren) baby’s krijgen in meer of mindere mate last van darmkrampjes. Dit is een normaal proces en je kindje kan hier tot 3 à 4 maanden na de geboorte last van hebben. Dit komt omdat de darmflora nog moet worden opgebouwd en de darmen zijn nog niet gewend zijn aan het verwerken van voeding. Darmkrampjes zijn te herkennen aan:
– Huilen
– Onrustig bewegen met de beentjes
– Een ‘rommelende’ buik
– Zuigbehoefte

Veel kersverse ouders hebben er vaak moeite mee, wanneer hun kindje huilt van de darmkrampjes en willen graag iéts doen. Je zou het volgende kunnen proberen:
– Neem je kindje bij je en probeer het te troosten.
– Laat je kindje zuigen aan je pink of een speentje. Hierdoor wordt er meer speeksel aangemaakt wat een rustgevend effect heeft op het maag/darmstelsel.
– Warmte en tegendruk kan verlichting geven. Leg je kindje met zijn of haar buikje tegen je borst. Eventueel in bad doen ontspant ook.
– Wanneer je borstvoeding geeft kun je ervoor kiezen zelf een aantal koppen rooibos- of venkelthee per dag te drinken. De werkzame stoffen komen deels in de voeding terecht.
– Laat zeker 2 uur tussen de voedingen zitten op het moment dat je kindje krampjes heeft. Jij eet immers ook niet wanneer je buikpijn hebt. Hierna kun je gewoon weer voeden op verzoek.
– Indien  je borstvoeding geeft en je kindje heeft meer krampjes dan je gewend bent, ga dan eens na of je iets anders dan gebruikelijk gegeten hebt. Sommige kindjes reageren hier op.

Het rechtstreeks geven van (natuurlijke) middeltjes zoals rooibos- en venkelthee of Cinababy® aan je kindje raden wij af. De darmen moeten nog wennen aan de voeding, laat staan dat er nog meer vreemde stoffen in verwerkt moeten worden. Mogelijk zorgt dit alleen voor meer krampjes.

Zoveel mogelijk troost proberen te bieden aan je kindje is het beste wat je kunt doen!


Depressie

Kraamtranen zijn heel normaal tijdens een kraamperiode. Een kind krijgen is een ingrijpende gebeurtenis. Je maakt in korte tijd veel veranderingen door. Lichamelijk en hormonaal, maar ook emotioneel en sociaal. Zo sta je opeens voor een nieuwe grote verantwoordelijkheid en de baby vraagt veel zorg. Geen wonder dat veel vrouwen de eerste dagen na een bevalling snel last hebben van spontane huilbuien, prikkelbaarheid, nervositeit en slaapproblemen.

Soms kan het zijn dat je langer last blijft houden van deze gevoelens en emoties. En wat dan? De somberheid, futloosheid en het gebrek aan blijdschap over de baby staan in schril contrast met de verwachte roze wolk.
Belangrijk is niet zomaar met deze gevoelens door te blijven lopen:
– Neem je klachten serieus.
– Probeer te accepteren dat je je niet voelt zoals je zou willen en verzet je er niet tegen.
– Praat met je omgeving over je gevoelens en zorgen, ook al vind je dat moeilijk.
– Sta jezelf ‘fouten’ toe: moeder zijn leer je met vallen en opstaan.
– Betrek je partner in de verzorging van de baby.
– Neem tijd en rust voor jezelf, met én zonder de baby.
– Zoek deskundige hulp, neem contact op met je huisarts, als de klachten lang aanhouden of te hevig zijn.


Geelzucht

Rond de 4e dag in het kraambed kan je kindje wat geel van kleur gaan zien. Meestal komt dit door een onschuldig proces. Pasgeboren baby’s hebben heel veel rode bloedcellen. De eerste dagen na de geboorte wordt een deel van die bloedcellen afgebroken. Hierbij komt een afvalstof, bilirubine genaamd, vrij die door de lever verwerkt moet worden. Na verwerking door de lever kan het bilirubine worden uitgeplast door de baby. Wanneer de lever de verwerking van het bilirubine niet bij kan houden, wordt deze stof tijdelijk opgeslagen in het lichaam, waaronder de huid en slijmvliezen. Vandaar dat de gele kleur zichtbaar wordt.
Het geel zien is in principe onschuldig.
Wel is het belangrijk dat het geel zien geleidelijk aan verdwijnt. Het bilirubine moet dus goed afgevoerd kunnen worden. De kraamverzorgende en de verloskundige zullen dan ook goed in de gaten houden of je kindje voldoende drinkt en plast. Wanneer je kindje erg geel ziet, dan kan het zijn dat de verloskundige het bilirubinegehalte wil laten controleren met een bloedonderzoek. Dit gebeurt d.m.v. een hielprikje. Wanneer de waarde van het bilirubine te hoog is, zal de verloskundige de kinderarts raadplegen over het te volgen beleid.


Gehoortest

In het kraambed zal tegelijk met de hielprik de gehoortest worden uitgevoerd. Het is belangrijk dat er zo snel mogelijk wordt ingespeeld op problemen met het gehoor. Zo worden taal- en ontwikkelingsachterstanden voorkomen.
Tijdens de neonatale gehoorscreening wordt bij de baby een oordopje ingebracht. Dit dopje is verbonden aan een screeningsapparaat dat de gegevens registreert. Het oordopje bevat een klein luidsprekertje dat ratelgeluidjes maakt. Nadat dit in het oor van de baby gestopt is, maakt het oor van de baby als het gehoor goed is een geluid dat door de microfoon, die ook in het dopje zit, wordt gemeten.
Indien de score van de eerste test onvoldoende is, volgt na een week een tweede meting. Een onvoldoende score is geen reden voor paniek. Vaak blijkt er wat oorsmeer of water in het oor te zitten dat het geluid tegenhoudt en slaagt de tweede test wel.

Klik hier voor de folder  ‘Gehoorscreening bij pasgeborenen’.


Hechtingen

Wanneer je hechtingen hebt is het belangrijk deze goed te verzorgen. Zo is het aan te raden na elk toiletbezoek te spoelen met lauwwarm water. Je kunt er ook voor kiezen om bijvoorbeeld te plassen onder de douche. Dit heeft als voordeel dat het eventuele branderige gevoel tijdens het plassen vermindert. Na een aantal dagen kunnen de hechtingen een trekkerig gevoel geven of wat gaan jeuken. Dit is een teken van genezing.


Hielprik

Rond de 5e dag in het kraambed, zal er een wijkverpleegkundige bij je langs komen voor de hielprik. Er worden wat druppeltjes bloed afgenomen uit het hieltje van je kindje. Dit bloed wordt onderzocht op 17 zeldzame, maar ernstige aandoeningen. Het gaat om een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier, een bloedziekte (sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste daarvan zijn erfelijk. Tijdige opsporing van deze aandoeningen kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling voorkomen of beperken.
De aandoeningen zijn niet te genezen, maar wel goed te behandelen. Bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Het is dan ook in het belang van de gezondheid van je kind dat je meedoet aan het onderzoek. Deelname is echter niet verplicht. Wil je niet meedoen, dan kun je dit aangeven.
De hielprik wordt gecombineerd met de gehoortest. Indien je kindje rond de 5e dag in het ziekenhuis verblijft, zal de hielprik daar uitgevoerd worden. De gehoortest vindt dan op een later tijdstip thuis plaats.

Klik hier voor de folder over ‘de Hielprik’ (en gehoorscreening).


Kolven

Het komt regelmatig voor dat het nodig is om te kolven tijdens de kraamtijd. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn, bijvoorbeeld dat het aanleggen van je kindje nog niet zo goed lukt of dat de productie van de borstvoeding extra gestimuleerd moet worden. Dit wil niet zeggen dat de borstvoeding niet goed gaat, maar is bedoeld ter ondersteuning. De verloskundige zal jou aangeven wanneer het nodig is te kolven. De kraamverzorgende zal je hierin de nodige ondersteuning bieden.
Het kan handig zijn uit voorzorg een kolf in huis te hebben. De aanschaf is vrij prijzig, dus lenen van familie of vrienden kan een uitkomst zijn. (Voorwaarde is wel dat deze goed huishoudelijk gereinigd is en uitgekookt.) Het is echter ook mogelijk, indien een kolfapparaat nodig is, deze te lenen bij de Thuiszorgwinkel. Het ‘kolfstuk’ dient dan aangeschaft te worden en het elektrische deel kan voor een klein bedrag per dag worden gehuurd.

Hoe te kolven?
– Bevorder de toeschietreflex. Dit kun je doen door te zorgen dat je kindje in de buurt is (of een foto of kledingstuk) en leg evt. een warmtecompres op je borst.
– Plaats de tepel in het midden van het borstschild.
– Start een elektrische kolf op een lage stand en voer deze geleidelijk aan op tot een stand die nog goed te verdragen is (kolven mag geen pijn doen!)
– Kolf 5 minuten de linkerborst en daarna 5 minuten de rechterborst.
– Daarna opnieuw de linkerborst gedurende 3 minuten kolven en vervolgens de rechterborst ook 3 minuten.
– Tot slot wederom de linkerborst kolven gedurende 1 minuut en rechts ook 1 minuut.

Wees niet teleurgesteld wanneer het kolven niet meteen veel resultaat oplevert. Je zult merken dat na vaker kolven de productie toe zal gaan nemen.

Indien de borstvoeding goed op gang is en je wilt om welke reden dan ook kolven, kun je het volgende aanhouden:
– Plaats de tepel in het midden van het borstschild.
– Bevorder, indien nodig, de toeschietreflex. Dit kun je doen door te zorgen dat je kindje in de buurt is (of een foto of kledingstuk) en leg evt. een warmtecompres op je borst.
– Zet de kolf in de laagste stand waarmee melk uit de borst verkregen wordt. (Niet de hoogste stand die je kunt verdragen).
– Kolf 15 minuten aan beide kanten. Als de borsten ‘leeg’ raken voordat de 15 minuten op zijn, kolf dan tot er niets meer uit komt en dan nog twee minuten langer.
– Denk eraan, kolven mag geen pijn doen!


Koorts

Tijdens de kraamperiode zal twee maal daags door de kraamverzorgende je temperatuur worden opgenomen. Dit dient in principe altijd rectaal te gebeuren (dus niet onder de oksel, de tong of met een oorthermometer) i.v.m. de betrouwbaarheid van de meting. In geval van bijvoorbeeld aambeien kan, na overleg met de verloskundige, besloten worden onder de oksel de temperatuur te meten.
Een kraamvrouw hoort géén koorts te hebben. Toch kan het zijn dat je tijdens de kraamperiode te maken krijgt met temperatuursverhoging of koorts. Het is belangrijk dat je altijd direct contact opneemt met de verloskundige, indien je temperatuur boven de 38,0 ºC is. Neem géén paracetamol in tot bekend is waar de koorts vandaan komt.


Kraamtranen

Bijna iedere pas bevallen vrouw krijgt te maken met een tranendag. Dit is een normaal verschijnsel.
Een tranendag ontstaat vaak door een combinatie van verschillende factoren. Zo verandert er veel in de hormoonhuishouding, speelt vermoeidheid vaak een rol en kan er sprake zijn van lichamelijke ongemakken zoals stuwing of pijnlijke hechtingen. Verder kan de emotionele verwerking van de bevalling hier ook een aandeel in hebben. Een ontlading van al deze gemengde gevoelens is dan ook erg begrijpelijk. Geef jezelf de tijd om alles wat er gebeurt te verwerken. Zorg voor voldoende rust en laat vooral de tranen de vrije loop.

Twitter: vpgestelstrijp

Inschrijven praktijk

Vul onderstaand formulier

in en wij nemen contact op met u!

Kinderwens:

Zwangerschap: